Pedagoog Freinet was zijn tijd vooruit

Célestin Freinet (Gars, 15 oktober 1896 – Vence, 8 oktober 1966)

Freinet groeide op in het Zuid-Franse dorpje Gars, gelegen aan een doodlopende weg, aan de oever van een riviertje. Hij is de jongste van vier kinderen in een boerengezin, waarvan de moeder een kruidenierswinkeltje heeft. In zijn kinderboek Tony l'assisté, vertaald als Tony de wees, beschrijft hij zijn avontuurlijke jeugd met vuurtjes stoken, hutten en dammen bouwen en vooral ook het meehelpen met het werk van de volwassenen: boeren, herders en een enkele handwerkman. Het is geen straf voor kinderen in oogsttijd op het land te werken, het is een feest, en leerzaam ook. Zijn leven ontplooit zich, schrijft hij, ‘met een rijkdom en vrijheid die altijd de meest ingenieuze bedenksels van pedagogen te boven gaan.

In 1915 moet Freinet in militaire dienst, een jaar later treft een schot zijn longen. Vier jaar in militaire hospitalen en sanatoria volgen, waarin hij veel filosofische en opvoedkundige boeken leest. Zijn medepatiënten zijn bijna uitsluitend arbeiderskinderen.
Hij wil een school voor alle kinderen van het volk, zonder indoctrinatie, uitbuiting of dogmatisme, met als ideaal een internationale gemeenschap. Het leren moet gepaard gaan met veel expressie en communicatie, liefst in de vorm van proefondervindelijk verkennen en zo mogelijk ambachtelijk. De leerlingen werken in vrijheid aan hun ontwikkeling, de klas vormt een democratische eenheid. Freinet mobiliseerde zich tegen een van de voornaamste gebreken van het schoolsysteem: de verveling.

In 1920 wordt Freinet meester op een lagere school in Bar-sur-Loup. De klas zit overvol met kinderen die weinig gemotiveerd zijn voor schools leren, er zijn nauwelijks leermiddelen. Hij trekt steeds vaker met de kinderen het dorp en de natuur in. De huizen, de winkels en werkplaatsen leveren stof genoeg op. De slager, smid en timmerman vertellen over hun werk. In de natuur leren de kinderen planten en dieren kennen, de loop van de rivier wordt bestudeerd, ze nemen stenen mee uit de heuvels om die in de klas te onderzoeken.
De onderwijzer schrijft de verslagen van de tochten op papier, later op het bord. Die vormen dan weer de basis voor lezen en schrijven.

De kinderen schrijven ook op wat zij geleerd hebben van de wandelingen, maken er tekeningen bij. Zij lezen hardop voor, waarna de meester vragen stelt en extra informatie geeft. Als hij eenmaal een handdrukpers heeft georganiseerd, begint Freinet al snel aan een uitwisseling van druksels met andere scholen, waar geestverwanten werken. Later, als het netwerk gegroeid is en ook grote steden omvat, blijft deze uitwisseling bestaan. Alles gaat per post, Freinet geeft zijn collega's advies hoe de portokosten laag te houden.
Hij ontdekt er affiches als communicatiemiddel en gaat zelf meteen muurkranten vervaardigen.

Samenvatting uit: ‘Célestin Freinet, een pedagoog voor onze tijd’, door Michel Barré, vertaling Rouke Broersma (ISBN 9789070961299), uitgever Freinetbeweging, Valthe 2006